
De afgelopen periode is er bij Maskin Mekano veel gebeurd. Er zijn nieuwe machines bijgekomen, bestaande modellen schuiven logischer in elkaar en er is ineens veel meer keuze in het “tussenstuk” tussen klein en groot. Dat is goed nieuws, maar het maakt het ook lastiger om snel te zien welke machine nou precies waarvoor bedoeld is.Daarom zetten we in deze blog het assortiment weer even strak op een rij. Welke modellen zijn er, wat is er nieuw aan de ECO1, ECO4 en SH 902, en hoe verhouden die zich tot de rest. Met als doel dat je na het lezen in gewone recyclingtaal kunt zeggen: dit past bij mijn materiaal, mijn locatie en mijn gewenste fracties.
Het belangrijkste verschil, ECO versus SH
De snelste manier om Maskin Mekano te begrijpen is door de machines in twee families te verdelen.
ECO-modellen zijn mobiele zeefinstallaties met een bunker (hopper). Je kunt er direct met de shovel in laden. Die bunker is in de praktijk meer dan “een bak”, het zorgt voor een rustige, gelijkmatige aanvoer richting de zeefbox. Dat helpt bij zeefkwaliteit, voorkomt dat de zeefbox steeds leegloopt en geeft je als machinist meer ritme op het werk.
SH-modellen zijn zeefmachines zonder bunker. Die zet je meestal achter een breker of onder een transportband. Het zijn typische nazeven, vaak ingezet om eindproducten scherper te maken of om juist de fijne fractie netjes uit te zeven. In de praktijk worden ze ook vaak “fijne-fractie zeef” genoemd, zeker wanneer de focus ligt op het goed scheiden van zand, 0-10, 0-20 of vergelijkbare producten.
Belangrijk om te weten: Maskin Mekano levert ook losse bunkers en voeders. Dus als je een SH wilt gebruiken maar je wilt wél een fatsoenlijke toevoer en een kleine voorraad voor de zeef, dan los je dat op met een aparte bunker of voederunit.
Binnen de ECO-serie zie je een logische groei: van compact en simpel naar groter en productiever. De toevoeging van de ECO1 en ECO4 maakt vooral de onderkant en het middensegment compleet.
De ECO1 is de kleinste in het assortiment en werkt met een 1-deks zeef. Dit is de machine voor situaties waar je niet drie of vier producten nodig hebt, maar gewoon twee duidelijke fracties. Bijvoorbeeld overmaat eruit halen en een fijne fractie overhouden, of een grove fractie scheiden van zand.
De zeefbox heeft een screen area van 1.2 x 2.2 meter. Door het compacte formaat en de eenvoudige opzet is dit ook een heel logische vervanger van een kleine trommelzeef in situaties waar je toch vooral twee fracties draait. De ECO1 is bovendien handig te verplaatsen op een haakarmchassis, wat ‘m interessant maakt voor kleinere locaties, tijdelijke projecten en bedrijven die vaak verhuizen tussen klussen.
De ECO2 is voor veel bedrijven de praktische alleskunner in het compacte segment. Je hebt een bunker, je laadt direct met de shovel en je kunt met meerdere zeefdekken werken om meerdere fracties te maken. De zeefbox is 1.2 x 2.2 meter, net als bij de ECO1, maar de ECO2 is bedoeld voor meer flexibiliteit in fracties en inzet.
Op kleinere recyclingterreinen, bij sloop- en infraklussen, of bij het uitzeven van zand en puin is dit vaak precies de maat die je wilt: compact, snel inzetbaar, maar wel met een volwaardige zeefwerking.
De ECO4 is een belangrijke toevoeging, omdat hij precies het gat vult tussen “compact” en “serieus productie draaien”. Je krijgt meer zeefoppervlak dan bij de ECO2. De screen area is 1.2 x 3.3 meter. Dat lijkt op papier een kleine stap, maar in de praktijk merk je het direct in capaciteit, zeker als je fijne fracties belangrijk vindt.
Wat de ECO4 extra interessant maakt is dat het ontwerp nadrukkelijk is gemaakt voor praktisch gebruik, met onder andere een uitschuifbare zeefbox. Dat scheelt tijd bij het wisselen van zeefdekken en onderhoud en maakt de machine prettig als je regelmatig van zeefdek of maaswijdte wisselt.
Door de combinatie van bunker en zeefbox is de ECO4 ook sterk bij materiaal dat je normaal eerder met een trommelzeef zou doen, zoals compost en zand, terwijl je met de schudzeef juist mooi kunt sturen op een strakke fijne fractie.
De ECO6 is de stap waar je echt structureel volume gaat draaien. De zeefbox heeft een screen area van 1.4 x 4.8 meteren de machine staat op een trailerchassis, waardoor transport achter een vrachtwagen praktisch is. Door de bunker blijft het een zelfstandige zeefinstallatie, maar wel in een klasse die goed past bij puin, beton en natuursteen, en bij bedrijven waar de zeef niet “mee moet kunnen”, maar gewoon moet doorlopen.
Als je al een breker hebt of je hebt een vaste aanvoerband, dan wil je vaak geen zeef met bunker. Je wilt een zeef die je achter de breker zet om producten strak te maken, of om een fijne fractie goed uit te zeven. Dat is precies waar SH machines voor bedoeld zijn.
De SH 902 is nieuw en vult een plek die veel mensen in de praktijk misten. De zeefbox is 1.2 x 4.4 meter. Daarmee zit hij duidelijk boven de ECO4 qua zeeflengte, maar nog onder de ECO6 klasse. Dat maakt de SH 902 interessant als je wél meer zeefoppervlak nodig hebt, maar je wilt compact blijven en je hebt al een aanvoer vanuit een breker of band.
Daarnaast is dit een machine die je relatief makkelijk op het terrein verplaatst, waardoor hij goed past bij mobiele lijnen of situaties waar je regelmatig van opstelling wisselt.
De SH1202 en SH1203 zitten in dezelfde zeefboxklasse als de ECO6. Ze hebben een zeefoppervlak van 1.4 x 4.8 meter, alleen zonder bunker. Dat maakt ze ideaal als nazeef achter een breker, of als fijne-fractie zeef onder een band.
Het verschil zit vooral in het aantal dekken:
Voor veel recyclers is dit het punt waar je winst pakt, niet omdat de machine “meer kan”, maar omdat je eindproducten consistenter worden en je minder terugvoer of nabewerking hebt.
De SH1500 serie is er voor situaties waar de zeef absoluut niet de beperkende factor mag zijn. De zeefbox heeft een zeefoppervlak van 1.8 x 5.2 meter en deze machines zijn gemaakt voor hoge volumes en continue inzet.
Ook hier geldt dat 2-deks versus 3-deks vooral bepaalt hoeveel fracties je tegelijk wilt draaien en hoe strak je wilt scheiden. In beide gevallen zit je in de categorie waar productie en eindkwaliteit samenkomen.
In de praktijk zijn er drie vragen die vrijwel altijd de goede richting geven.
Werk je als zelfstandige zeefinstallatie met voeding door shovel of kraan, of staat de zeef in een lijn?
Als je direct wilt laden met de shovel en je wilt dat de machine zelfstandig draait, dan past meestal een ECO, vanwege de bunker. Als je achter een breker of onder een transportband draait, dan past meestal een SH.
Hoe belangrijk is de fijne fractie, en hoeveel zeefoppervlak heb je nodig om die netjes te halen?
Hoe meer je op fijne fracties stuurt, hoe belangrijker zeefoppervlak en zeeflengte worden. Dan schuif je sneller richting ECO4, SH 902, SH1200 of SH1500, afhankelijk van je aanvoer en gewenste doorzet.
Hoe verplaats je de machine, tussen locaties en op het terrein?
Haakarm en compact is ideaal als je vaak wisselt. Trailertransport wordt interessant zodra je groter gaat en structureel meer tonnen per uur wilt draaien. Op het terrein speelt mee of je een bunker wilt, of dat je alleen een zeef nodig hebt om na te zeven.
Als je dit scherp hebt, wordt de keuze meestal vanzelf logisch:
De ECO1 maakt het compacte segment completer voor bedrijven die vooral twee fracties willen draaien. De ECO4 maakt het middensegment sterker, vooral wanneer fijne fracties belangrijk zijn en je meer zeefoppervlak wilt zonder meteen naar de grootste klasse te gaan. En de SH 902 vult het gat aan de SH-kant, precies voor bedrijven die al aanvoer hebben en een compacte, sterke nazeef zoeken.